Nieuw
17 februari 2012 Workshop Organiseren 3.0, door Jaap Peters en Qyan Tabak
In 2012, het eerste Lustrumjaar van DeLimes worden het gehele jaar workshops verzorgd in ons kantoor in Zwammerdam. Binnenkort komt hierover meer informatie op de site. De 1e workshop is op 17 februari a.s. getiteld Organiseren 3.0 en wordt verzorgd door Jaap Peters en Qyan Tabak van Globe Software.
Workshop Organiseren 3.0
Workshop Organiseren 3.0, 17 februari 2012, 1e Workshop in het DeLimes Lustrumjaar
2012 is het eerste Lustrumjaar van DeLimes. Gedurende het gehele jaar zullen mensen uit ons netwerk workshops verzorgen op ons kantoor in Zwammerdam (en soms daarbuiten). De workshops zijn bijna allen op een vrijdag ingepland.
De eerste in deze reeks wordt verzorgd door Jaap Peter en Qyan Tabak van Globe Software:
Workshop Organiseren 3.0, 17 februari 2012
Nieuw!!! Censuur op OrganisatieActivist
Tot ons genoegen kunnen we u meedelen dat OrganisatieActivist de tijdgeest uitstekend aanvoelt en daarom de eerste schreden zet op het pad van de censuur. De volgende column heeft de primeur en is volledig gecensureerd: http://www.organisatieactivist.nl/www/steven-de-jong-bericht-vanuit-kiev/
Schoon genoeg: een wake-up call
We hebben allemaal wat gemeen met de stakende schoonmakers: het gevoel geen tijd meer te krijgen voor het leveren van kwaliteit:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/schoon_genoeg_een_wake_up_call/
“Ik zorg er voor dat u zich diep schaamt”
Een niet geschreven brief van de minister van Onderwijs
Aan leden van Colleges van Bestuur van HBO-instellingen en ROC’s,
U krijgt veel geld van mij. Dat geef ik u zodat u leerlingen en studenten onderwijs van een hoge kwaliteit aan kunt bieden. Dat zij dat krijgen is belangrijk. Voor hen zelf en voor de samenleving. Ik moet er op kunnen vertrouwen dat u het geld hiervoor gebruikt.
Op basis van dit vertrouwen hebben mijn voorgangers en ik u de ruimte gegeven meer zelf te gaan beslissen waarin u het geld investeert. U hebt tenslotte een beeld van hoe het bij u gaat, wat behouden moet blijven en wat verbeterd moet worden.
Met de regelmaat van de klok neem ik waar dat u het belastinggeld besteedt aan zaken die geen relatie hebben met ‘goed onderwijs’. U besteedt het aan dure gebouwen om uw eigen aanzien te vergroten. U doet aan studiereizen en overnacht in dure hotels. Als u niet begrijpt wat ik bedoel, dan adviseer ik u de aflevering “De school als vastgoedmagnaat“ van 23 januari 2012 van het programma ‘De slag om Nederland’ eens terug te kijken. U hoeft niet de hele uitzending uit te kijken, na vijf minuten weet u precies wat ik bedoel.
Ik heb er genoeg van.
Bent u lid van een College dat meer aan zichzelf denkt dan aan de opdracht waarvoor ik u mijn vertrouwen heb gegeven, dan hoop ik dat deze brief er toe leidt dat u zich diep schaamt. Ik kan u vertellen dat ik elke klokkenluider zal beschermen die vroegtijdig melding maakt van opvallend hoge investeringen die niet in relatie gebracht kunnen worden met het verbeteren van het onderwijs. Dit moet iedereen aanmoedigen. Ook u om vanuit uw schaamte vanaf nu uw echte werk te doen.
Hoogachtend,
J.M. van Bijsterveldt
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Boycot van eigen bijdrage GGZ
Dat komt er nou van
Het onderwijs verbetert niet door er management-meuk in te pompen
Sinds de jaren negentig wordt door het onderwijs het bedrijfsleven gezien als het walhalla. Sindsdien wordt een school gezien als een bedrijf en de directeur van een school als een CEO die met kritische prestatie indicatoren (KPI’s) en kwaliteitszorgprogramma’s zijn school “managet”. Elke hype die zich in het bedrijfsleven voordoet, wordt vijf jaar later klakkeloos de scholen ingepompt. Onderwijsadviseurs en schoolbesturen laten zo zien dat ze goed bij de tijd zijn en profileren zich met managementtaal, wat eigenlijk een soort misplaatst exhibitionisme is.
Een echt CEO is er op gespitst goed te kijken welke toegevoegde waarde een divisie, een afdeling levert aan de organisatie. Valt deze weg of is deze te gering, dan neemt hij maatregelen. Leden van Colleges van Besturen en directeuren van scholen passen niet in dit beeld en kunnen beter pseudo-CEO’s genoemd worden. Hieronder een treffend voorbeeld uit de praktijk.
Een aantal jaren ben ik actief geweest in het primaire onderwijs. Ik ontmoette daar een directeur van een basisschool. Ze ontdekte dat een onderwijzer van groep 8 er aantoonbaar met de pet naar gooide; leerlingen leerden niets. Ze kaartte dit aan bij het bestuur. Dat deed niets. Op een dag nam ze een beslissing deze onderwijzer naar huis te sturen en met haar onderwijsteam het zo te regelen dat aan de klas toch weer werd lesgegeven. Heel dapper van deze vrouw. Achteraf ontdekte de directeur dat de onderwijzer bij het bestuur gereclameerd had. Het bestuur loste het probleem op door deze onderwijzer op een andere school te plaatsen.
Onderwijsbesturen weten niet goed raad met dit soort problemen die het primaire proces direct raken. Zij richten liever hun aandacht op of een school zijn doelstellingen wel smart genoeg geformuleerd heeft en op tijd in een rapportage heeft aangeleverd.
Deze week verscheen het onderzoek Waar voor ons belastinggeld? van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Conclusie: Het extra geld dat de overheid sinds 1995 heeft besteed aan onderwijs heeft niet geleid tot een evenredige stijging van de kwaliteit. Deze conclusie moet ons niet verbazen.
Marc Oskam is auteur van het boek “Venijn in de start”
Rijnlandweek van 2 t/m 6 juli 2012: Cursus Rijnlands organiseren in één week.
De eerstvolgende Rijnlandweek (de 10e!) valt in de eerste volle week van juli. De Rijnlandweek is begonnen als Summercourse. Inmiddels 2 x per jaar, een Summer- en een Wintercourse. Een week lang komt een stoet aan inleiders en trainers voorbij. Een hele reis met als uiteindelijke bestemming weer thuis te komen. Thuis bij je gezonde verstand, bij wat je eigenlijk al wist over organiseren en de dingen waar het eigenlijk om draait: bezieling, passie, vakmanschap. Even weg van al die aangeleerde (management)opvattingen. Dat gezond verstand is belangrijk voor het organiseren in de 21ste eeuw.
Bijlage: 2012__Rijnlands_Organiseren_in_een_week_Programma.pdfAlleen je eigen straatje schoonvegen is niet genoeg
Toen hier op Aarde geen mensen rondliepen was duurzaamheid nog vanzelfsprekend. De output van het één, is de input voor het ander en zo is er letterlijk sprake van een natuurlijk evenwicht. Je produceert namelijk geen onnodige reststromen (zoals mest). Toen de eerste mensen kwamen probeerden we dat evenwicht ook nog wel enigszins na te streven. De natuur kun je immers niet bezitten, maar je kunt er wel mee samen leven en er vervolgens zo mee omgaan dat je kinderen er mee verder kunnen. Indianen en Aboriginals begrepen dat nog wel, maar wij, vooral de blanken, hadden er een handje van overal prikkeldraad te willen spannen en te spreken over ‘dat is van mij’. Als er heel veel bezit is bij weinigen krijg je op een gegeven moment elders schaarste, bijvoorbeeld aan vis. Vervolgens creëren we vis op papier: quota. Je gaat dan betalen voor vis die nog moet worden geboren en daar heb je dan ook nog recht op. Die vis die nog moet worden geboren of gevangen is dan toch al jouw bezit. De vis wordt duur betaald. En zo begint windhandel. In quota kun je immers lekker handelen. Geld met geld verdienen. Maar het blijft natuurlijk gebakken lucht.
Door ‘bezit’ begint de gezichtsvernauwing. Door het prikkeldraad scherm iets van jou af voor de buitenwereld en je gaat iets versimpelen en vervolgens daarbinnen schier eindeloos optimaliseren (Bij welke reorganisatie werk jij?). Door het versimpelen zonder de samenhang der dingen nog in ogenschouw te nemen creëer je een onbewust elders een puinhoop. Vlak voor Kerst 2011 werd ik gebeld door een lezer die aan mij vroeg: hoe het kwam dat ik in 2004 de Eurocrisis al had voorspeld? Ik was me van geen kwaad bewust en heb nooit geweten dat ik enige voorspellende gave zou hebben. ‘Kijk maar op blz. 126/127 van je boek Intensieve Menshouderij’ en vervolgens werd de verbinding verbroken. Eenmaal thuis eens nalezen:
‘Doordat we nu in Europa de Euro hebben, wordt het betalingsverkeer vergemakkelijkt, het wordt minder gecompliceerd (dan met allemaal verschillende munten). ….., maar de complexiteitis toegenomen. Zo raakt, als een aantal landen hun financiële huishouding niet orde heeft, dat alle leden van de EU direct’.
Voorspellen is wat veel gezegd, maar het ging wel om de samenhang der dingen in de gaten hebben: versimpeling leidt tot toename van complexiteit. En juist rekening houden met complexiteit leidt tot versimpeling. Visieloos versimpelen leidt maar zo tot grote problemen. Stel je hebt een regering die wil 18 miljard bezuinigen en verdeelt dat simpel over de verschillende ministeries. Als ieder ministerie nu gewoon zijn taak blind uitvoert dat komt het goed vanzelf goed met het land. Inmiddels is al uit onderzoek gebleken dat veel van die bezuinigingen bij dezelfde doelgroepen terecht komen. In politieke termen heet dat het stapelen van bezuinigingen. Maar het gaat over het vooraf niet (willen) doorzien van complexiteit.
Als ieder alleen maar zijn eigen straatje schoonveegt ligt er ergens in het land een geweldige collectieve vuilnisbelt. Simpel toch?
Kwaliteit of toegevoegde waarde?
In een snel veranderende omgeving speelt voor ondersteunende afdelingen/diensten van het primaire proces een cruciale vraag die vaak nog onbeantwoord blijft. Voor een afdeling HRM zeker. Even terugnemend in de tijd. Wie kent niet het gezegde van..ach het is een blauwe maandag product. Dit stond voor een slecht gemaakt product. Er klopte van alles niets aan. Inmiddels heeft de automatisering, robotisering etc. ons veel routinematige klussen uit handen genomen. De kwaliteit ging hier mee omhoog.
Terug naar vandaag.
De ondersteunende diensten (van het primaire proces) gingen en gaan ook voor kwaliteit (net als het primaire proces). De kwaliteit van dienstverlening moest en moet optimaal zijn. Maar wat als de klant de dienstverlening kwalitatief goed vindt? Wat als de klant vindt dat op de kwaliteit niets val aan te merken? En wat als de klant zegt en vindt dat hij wel zonder de ondersteunende dienst kan?
Nabije toekomst
In een snel veranderende omgeving komen de verhoudingen ook anders te liggen. Kwaliteit is gewoon, het is geen issue meer. Maar de vraag die wel gesteld wordt is wat de toegevoegde waarde van de dienst is.
Voor de afdeling p&o is dit een mooie uitdaging. Kwaliteit ondergeschikt te maken aan toegevoegde waarde. En dat kwaliteit iets anders is dan toegevoegde waarde blijkt juist op die momenten waarin omstandigheden snel veranderen en er adequate maatregelen getroffen moeten worden. De toegevoegde waarde van de afdeling hrm dan is leidend voor haar klanten. En niet de kwaliteit.
De komende tijd zullen vele hrm afdelingen voor het dilemma komen te staan. Kiezen voor kwaliteit of voor toegevoegde waarde. Maar het lijkt er op dat hrm afdelingen de komende de te verwachten “saneringsslag” alleen kunnen doorstaan met een duidelijk profiel die voor de klant van toegevoegde waarde is.
Een kwaliteitsimpuls aan de samenleving
Gelukkig. Nieuwjaar. 2011 had ook geen dag langer moeten duren. Dat eindeloos rekken van dat wat even onkenbaar als onvermijdelijk is, heeft zo z’n grenzen. Laat ‘m nou maar komen, die crisis. We zijn nu wel genoeg voorbereid. Dat gezeur.
De meeste mensen denken nog dat het ‘allemaal’ wat minder wordt dit jaar. Dat iedereen nu eenmaal moet inleveren. Dat zijn de mensen die nog niet hebben leren #omdenken. Die denken in termen van minder-van-hetzelfde. Maar gelukkig hebben we een premier die weet van #omdenken. Op zijn immer goedlachse en studentikoze manier maakt hij van elke bezuiniging een kwaliteitsimpuls aan de samenleving.
En weet u, Mark heeft gelijk. Dat betuttelen moet maar eens afgelopen zijn. We moeten weer voor onszelf leren opkomen. De regie pakken. De knechtende systemen van ons afschudden. Voor onszelf leren zorgen. Zelf doen tenzij iemand anders het beter kan. Ons bevrijden van die verslaving aangestuurd te willen worden.
Sinds Mark en ik collega’s zijn, heb ik de schier onbedwingbare neiging het met hem eens te zijn. Dat schijnt overigens een normaal menselijk verschijnsel te zijn en ik ga er dan ook vanuit dat het ook andersom werkt. Wetenschappers van het Rensselaer Polytechnisch Instituut hebben dat algoritme (sorry, zo heet zo’n wetmatigheid) afgelopen jaar in een computerprogramma gezet. En wat blijkt? Voor dat #omdenken heb je slechts 10 procent van de populatie nodig. Dus als 10 procent heeft omgedacht, volgt de rest in rap tempo.
Laten we een voorbeeld nemen. Er is een groepje mensen dat vindt dat het afgelopen moet zijn met bevoogdende systemen die in stand worden gehouden met managementlogica. Ze noemen zich bijvoorbeeld organisatieactivist. Dan zijn ze het eerst vooral heel erg met elkaar eens. Vervolgens gaan ze publiceren. Op een website of zo. Mensen die hun columns lezen, denken aanvankelijk: leuk hoor, maar het zal wel. Dan komen ze ineens iemand tegen die hetzelfde onwrikbare geloof heeft als de columnisten. Ze stellen hun mening bij, maar verder gaan we weer over tot de orde van de dag.
Eerst lijkt er dus niks te gebeuren. Tot het omslagpunt wordt bereikt. Dan gaat het als een lopend vuurtje. In de computermodellen van het Rensselaer ligt dat bij 10 procent. In de praktijk wat hoger, maar door web 2.0 kruipt dat percentage steeds dichter naar dat theoretische omslagpunt. En weet u wat? Ik heb toch heel sterk de indruk dat we wat het geloof in de Tayloriaanse ordening, waarin het denken het exclusieve terrein is van een management-elite, door de barrière is gegaan. Binnenkort gelooft niemand daar nog in. Het omslagpunt is echt wel bereikt.
Nu kan het natuurlijk niet zo zijn dat we als samenleving verweesd achterblijven. En daarom is die kwaliteitsimpuls van Mark zo belangrijk! Zelfsturend worden, daar gaat het om. En niet ieder voor zich, maar ieder voor ons allen. Communicatieve zelfsturing, noemde Arnold Cornelis dat. 21ste eeuws Rijnlands, noemen wij dat. Rijnlands 2.0 dus.
Of dat omslagpunt al is bereikt, weet ik niet. In elk geval zijn er nog ontzettend veel mensen die nog niet voor zichzelf kunnen zorgen. Die bijvoorbeeld nog de ruggen van anderen nodig hebben om in hun levensonderhoud te voorzien. Die nog vastzitten in de leiderschapsillusie. Die denken dat zonder hen de hele boel in mekaar lazert. En zolang ze nog een beetje gelijk hebben, zullen ze dat blijven denken.
Dus, beste mensen, laten we 2012 in het teken zetten van de kwaliteitsimpuls aan de samenleving. En de verstokt ouddenkers laten zien hoe het alternatief eruit ziet. En dat het werkt. Beter werkt dat die industriële ordening, die zo op z’n tandvlees loopt.
De onderzoekers van Rensselaer zijn op zoek naar praktijkvoorbeelden. Nu hebben wij die natuurlijk allang, omdat de veranderkundige aanpak van DeLimes precies op dit principe van #omdenken is gestoeld. Maar het wordt pas echt overtuigend als we een heel land kunnen aandragen.
Laten we ophouden met het beschimpen van die oude systemen. Dat werk zit erop. Laten we ons in 2012 blijmoedig en goedlachs bezighouden met kwaliteitsimpulsen! Kwaliteitsimpulsen aan de samenleving!
Gelukkig is het Nieuwjaar. Lachen man.
